Herkent je dit? De motor start slechter, stationair loopt hij onrustig en bij optrekken houdt hij soms in. Grote kans dat je carburateur vervuild is. In dit artikel neem ik je stap voor stap mee in het schoonmaken en afstellen van een 4 takt carburateur, precies zoals ik dat in de werkplaats doe. Je leest welke onderdelen je controleert, hoe je veilig reinigt, waar je op moet letten bij terugbouwen en hoe je daarna het mengsel en stationair toerental netjes afregelt. Zo rijdt je motor weer soepel en betrouwbaar.
Een 4 takt motor heeft een aparte smering, dus de carburateur vangt vooral gom, vernis en lichte corrosie door oude of ethanolhoudende benzine. Dat verstopt vooral het stationair circuit en de kleine gaatjes in de sproeierbuis. Merkt je haperen bij accelereren, moeilijk starten, onregelmatig stationair of een hoger verbruik, dan is reinigen zinvol. Na langere stilstand of tanken van verouderde brandstof is een schoonmaakbeurt bijna altijd nodig.
Werk schoon en rustig. Handig zijn een set schroevendraaiers, dopsleutels, een bakje voor schroeven, carburateurreiniger, perslucht, een zacht koper draadje of een enkele borstelhaar, een nieuwe pakkingset met O ringen en zo mogelijk een ultrasoon reiniger. Een werkplaatshandboek van jouw model is goud waard voor instellingen zoals vlotterhoogte en basisstand van de mengselschroef.
Zet de motor stabiel en koppel de accu los in verband met vonken. Sluit de brandstofkraan of klem de slang af en tap de vlotterbak af via het aftapkraantje als dat aanwezig is. Maak foto’s van slangen en kabels zodat terugbouwen moeiteloos gaat. Verwijder de stoel of tank als dat nodig is voor toegang en haal het luchtfilterhuis los zodat de carburateur vrij komt. Controleer meteen de inlaatrubbers op scheurtjes, want valse lucht geeft exact dezelfde klachten als een vervuilde carburateur.
Draai de vlotterbak los en let op de papieren of rubberen afdichting. Controleer de vlotter op lekkage door hem te schudden en op benzinegeur te letten. Neem de vlotterpen los, haal de vlotter en de naald uit de zitting en beoordeel de rubberpunt op een slijt rand. Een slecht afsluitende naald veroorzaakt overlopen en benzine in de luchtfilterkast.
Draai de hoofdsproeier en de stationairsproeier uit en verwijder de sproeierbuis. Houd elk onderdeel apart. Spuit royaal carburateurreiniger door alle kanalen en laat even inwerken. Blaas daarna met perslucht door tot je overal vrije doorgang hebt. Gebruik nooit staal of boortjes om gaatjes te prikken, een enkel koper haartje volstaat om gom los te maken zonder de boring te beschadigen.
Noteer eerst de stand van de mengselschroef door zachtjes tot aanslag dicht te draaien en het aantal omwentelingen te tellen. Haal de schroef eruit, let op veer, ring en O ring in de juiste volgorde. Reinig het kanaal en controleer of de O ring verhard is, vervang die bij twijfel. Het stationair circuit is fijnmazig en bepaalt de kwaliteit van het lage toerental en het eerste aanzetten van gas.
Bij een constant vacuüm carburateur zit bovenin een rubber membraan met de schuif en naald. Til de deksel voorzichtig op, het membraan mag nergens scheuren of plooien vertonen. Reinig de naald en de binnenzijde van de venturi licht met reiniger, niet polijsten en geen olie achterlaten. Let bij montage dat de rand van het membraan netjes in de groef valt anders krijg je een slecht optrekkende motor.
Een additief in de tank kan lichte gom oplossen, maar verstoppingen in sproeiers en kanalen verdwijnen pas na fysieke reiniging. Zie een additief als onderhoudsmiddel tussen twee grote beurten of om na stilstand nieuwe vervuiling te beperken. Voor een echt vuile carburateur is demontage de enige betrouwbare route.
Controleer alle O ringen, pakkingen en de vlotternaald. Rubbers verouderen en verharden, waardoor vacuümlekken of slechtere afsluiting ontstaan. Kijk ook naar de naaldhoogte en de positie van de clip, die bepaalt de deellast rijkdom. Twijfel je aan interne staat of wil je het grondig doen, dan is ultrasoon reinigen van het hele huis en de kleine kanalen zeer effectief.
Zet de mengselschroef op de fabrieksbasis, vaak tussen anderhalve en twee en een halve slag open vanaf zachtjes dicht. Controleer de vlotterhoogte volgens jouw handboek. Monteer de vlotterbak met een nieuwe pakking en zet alle schroeven kruislinks vast. Slangen en kabels terug op hun plek, choke en gaskabel met voldoende vrije slag maar zonder speling die gas geeft.
Start de motor, laat hem volledig op temperatuur komen en zet het stationair toerental iets hoger dan de doelwaarde. Draai de mengselschroef langzaam in kleine stappen tot het hoogste en meest stabiele stationair toerental, corrigeer daarna het stationair terug naar de specificatie. Maak een korte rit met variatie in last en controleer of hij zonder aarzeling oppakt en netjes uitrolt naar stationair.
Rij je een meer cilinder motor met meerdere carburateurs, dan is synchroniseren met vacuümmeters noodzakelijk na elke demontage. Stel per cilinder het vacuüm gelijk bij een warme motor en corrigeer daarna het stationair. Een goede synchronisatie geeft een fluwelen gasaanname en minder trillingen.
Blijft de motor moeilijk starten koud, controleer het choke systeem op vrije slag en lekken. Hikt hij bij half gas, kijk dan naar de naaldhoogte en de sproeierbuis. Loopt hij te rijk en ruikt het naar benzine, test de vlotterhoogte en de afsluiting van de naald. Nog steeds onrustig stationair, test op valse lucht door kort wat remmenreiniger rond inlaatrubbers te vernevelen en let op toerenverandering.
Te hard aandraaien van messing sproeiers beschadigt het draad en verandert stroming. Met een staalborstel of boortjes in sproeiers gaan vergroot de doorlaat en maakt afstellen onmogelijk. Zonder foto’s of bakjes demonteren eindigt in verwisselde onderdelen. En de mengselschroef zonder uitgangspunt loshalen zorgt voor eindeloos zoeken naar de juiste afstelling.
Tank vers en bij voorkeur ethanolarme benzine als je weinig rijdt. Plaats een klein in lijn brandstoffilter om roestdeeltjes uit de tank te vangen. Rijd de carburateur voor winterstalling leeg of gebruik een stabilisator. Maak het luchtfilter tijdig schoon of vervang het, want een verstopt filter maakt het mengsel rijk en vergroot afzettingen. Wil je meer achtergrond over methodes en middelen, bekijk dan ook deze uitleg over carburateur schoonmaken.
In de werkplaats zie ik veel GY6 achtige 4 takt vijftig cc motoren en ook oudere Mikuni en Keihin op straatmotoren. Negentig procent van de problemen zit in de stationairsproeier en de mengselschroef O ring. Een nieuwe O ring en een brandschone stationairsproeier geven vaak meer resultaat dan eindeloos spelen met de hoofdsproeier. Neem de tijd, werk schoon en je wordt beloond met een motor die weer als een zonnetje draait.
Een 4 takt carburateur schoonmaken is prima zelf te doen als je nauwkeurig werkt. Reinig alle brandstofkanalen, controleer vlotter en naald, vervang verouderde rubbers en stel daarna mengsel en stationair zorgvuldig af. Met goede brandstof, een fris luchtfilter en zo nu en dan preventief onderhoud blijft de carburateur lang in topconditie en rijdt je motor weer soepel, zuinig en betrouwbaar.
Rijd je wekelijks en tank je verse benzine, dan is eens per jaar controleren meestal genoeg. Na lange stilstand of bij klachten zoals moeilijk starten, inhouden en onrustig stationair is direct reinigen verstandig. Gebruik bij seizoensstalling een stabilisator en tap de vlotterbak leeg om nieuwe vervuiling te voorkomen.
Bij 2 takt komt olie via de brandstof mee, waardoor kool en olie resten vaker in de venturi en de sproeierbuis zitten. Een 4 takt carburateur vervuilt vooral door gom en vernis uit oude benzine. De reinigingsstappen lijken op elkaar, maar bij 4 takt ligt de nadruk op het stationair circuit en de mengselschroef O ring.
Een specifieke carburateurreiniger in combinatie met perslucht werkt uitstekend voor sproeiers en kanalen. Voor hardnekkige vervuiling is een ultrasoon reiniger zeer effectief, vooral bij kleine boringen. Gebruik geen agressieve middelen die rubbers aantasten en spoel na met schone reiniger voor je met perslucht droog blaast.
Draai de schroef zachtjes tot aanslag dicht en open dan de fabriekswaarde, vaak tussen anderhalve en twee en een halve slag. Laat de motor warm worden en stel vervolgens af op het hoogste stabiele stationair, daarna het stationair toerental terug naar de specificatie. Noteer je eindstand voor de volgende beurt.
Controleer op valse lucht bij de inlaatrubbers, test de vlotterhoogte en de afsluiting van de naald en kijk of de stationairsproeier echt vrij is. Verzeker je van een schoon luchtfilter en verse bougie. Bij meerdere carburateurs kan synchroniseren nodig zijn. Blijft het lastig, overweeg ultrasoon reinigen of een revisieset.