Vervelende haperingen in de ondersteuning, een display dat 0 km per uur blijft tonen of een fiets die pas laat meedoet zodra je wegrijdt. Grote kans dat een vuile of verkeerd uitgelijnde sensor de oorzaak is. In dit artikel laat ik je precies zien hoe je de sensor van je elektrische fiets schoonmaakt, uitlijnt en test. Je ontdekt welke sensor je hebt, welk gereedschap werkt, welke fouten je beter vermijdt en hoe je merkspecifieke foutcodes rond de snelheidssensor of trapsensor herkent en oplost. Praktisch, veilig en uit eigen werkplaatservaring.
Elektrische fietsen gebruiken meerdere sensors om te bepalen wanneer en hoe sterk de motor moet ondersteunen. Begrijpen wat er op je fiets zit, maakt schoonmaken en diagnose een stuk eenvoudiger.
Snelheidssensor. Meet de rijsnelheid. Vaak een kleine ontvanger op de achtervork die een magneet op een spaak detecteert, of geïntegreerd in de naaf. Als deze vervuild is of de magneet verschoven is, ziet het systeem soms geen snelheid en valt de ondersteuning weg.
Cadanssensor. Meet of en hoe snel je de cranks rond draait. Bij stadsfietsen is dit vaak een eenvoudige rotatiesensor in of bij de trapas. Vuil of roestdeeltjes kunnen de impuls verstoren.
Koppelsensor. Meet hoeveel kracht je op het pedaal zet en doseert de hulp. Deze zit meestal in de trapas of motorbehuizing. Je kunt hem niet zelf openmaken, maar je kunt wél extern reinigen, stekkers nakijken en opnieuw laten initialiseren.
Remsensor. Onderbreekt de ondersteuning zodra je remt. Op sommige systemen zit bij de remhendel een kleine magneet met schakelaar. Als die niet goed uitgelijnd is of vast plakt door vuil, blijft de hulp soms uit.
Er zijn patronen die steeds terugkomen wanneer een sensor vervuild of verschoven is. In de werkplaats zie ik onder meer:
Ondersteuning valt weg bij lage snelheid of na een hobbel. Vaak is de accu of stekkerverbinding in het spel, maar een tikje tegen de snelheidssensor of spaakmagneet kan hetzelfde effect geven. De magneet kan net buiten bereik vallen.
Display blijft 0 km per uur tonen. Het systeem ziet geen pulsen van de snelheidssensor. De magneet staat te ver weg of er zit vuil op de sensor.
Haperende of schokkerige ondersteuning. Bij cadanssensoren levert aangekoekt modder een onregelmatig signaal op. Bij koppelsensoren die niet op nul zijn gezet na montage of schoonmaak is de dosering onvoorspelbaar.
Foutcode over snelheidssensor of snelheidssignaal. Afhankelijk van het merk kan een code verschijnen die aangeeft dat de snelheid niet gedetecteerd wordt. Denk aan meldingen die lijken op 503 bij Bosch, W011 of W101 bij Shimano Steps of E21 bij sommige Bafang systemen. De precieze code verschilt per fabrikant, maar de diagnose is vaak gelijk: sensor of magneet controleren, schoonmaken en uitlijnen.
Een goede voorbereiding voorkomt schade aan elektronica en maakt de klus prettig en snel. Dit heb je in de praktijk nodig:
Benodigdheden. Zachte microvezeldoek, wattenstokjes, lauwwarm water met een druppel mild afwasmiddel, isopropylalcohol voor contactpunten, eventueel zuurvrije contactreiniger, kleine kruiskopschroevendraaier of inbussleutel voor sensorbeugels, een liniaal of voelermaatje voor de afstand tussen sensor en magneet, en een lampje.
Veilig werken. Schakel de fiets uit. Verwijder waar mogelijk de accu. Werk nooit met een hogedrukreiniger in de buurt van sensoren, lagers of stekkers. Gebruik weinig vloeistof en veeg direct droog. Spuit geen smeermiddel op sensoren of remdelen.
De snelheidssensor is in de praktijk de grootste veroorzaker van storingen rond uitvallende ondersteuning. Met deze aanpak maak je hem weer betrouwbaar.
Zoek de kleine sensor op de achtervork of bij de naaf. Volg het kabeltje naar de houder of motor. Inspecteer of de spaakmagneet nog aanwezig is en of de sensorbeugel niet verbogen is. Let op modder, zand en metaalschilfers die zich aan de magneet hechten.
Neem de sensor en magneet af met een licht vochtige microvezeldoek. Hardnekkig vuil verwijder je met een wattenstokje met een druppel mild sop of isopropylalcohol. Nooit dompelen en niet rijkelijk spuiten. Veeg aansluitend direct droog.
Bij systemen met een spaakmagneet moet de magneet vlak langs de sensor bewegen. Als vuistregel is een afstand van enkele millimeters correct. Sommige systemen tolereren een grotere marge. Staat de magneet te ver of niet in het midden van het sensorvenster, schuif hem dan naar de juiste positie en zet hem stevig vast. Controleer of de sensorbeugel niet tordeert en of het sensoroog exact op de baan van de magneet is gericht.
Trek de kabel lichtjes langs de hele lengte en controleer op knikken of insnijdingen. Koppel de stekker alleen los als je bij het knooppunt kunt en je zeker weet hoe hij vergrendeld zit. Blaas vuil weg en maak de contacten voorzichtig schoon met isopropylalcohol of gespecialiseerde contactreiniger. Laat volledig drogen voor je opnieuw aansluit.
Zet de accu terug, schakel de fiets in en draai het achterwiel vrij rond. Op het display zou een geloofwaardige snelheid moeten verschijnen. Maak een korte proefrit en let op stabiele ondersteuningsopbouw en een kloppende snelheidsweergave. Een eerdere foutcode verdwijnt vaak na een correcte uitlijning en herstart.
Cadanssensoren zitten meestal bij de trapas en detecteren rotatie. Vuil en metaaldeeltjes veroorzaken hier verrassend vaak haperingen.
Zet de fiets in een standaard. Bij een externe sensor aan de liggende achtervork of bij de trapas is vaak alleen een doek en wattenstokje nodig. Bij interne ringen in de trapas kom je zonder demontage niet verder en beperk je je tot buitenzijde en stekkers.
Verwijder zand en modder met een zachte doek. Gebruik een wattenstokje met een druppel mild sop om randjes en gleuven vrij te maken. Werk rustig en gebruik geen schuurmiddelen. Maak ook de omgeving van de tandwielen en ketting schoon zodat nieuw vuil niet direct terugkomt.
Volg het kabeltje naar de controller of motor. Controleer stekkers zoals hierboven beschreven. Corrosie of vocht in de plug geeft dezelfde symptomen als een vervuilde sensor.
Schakel de fiets in en draai de cranks achteruit of vooruit zonder kracht. Je moet een duidelijke overgang in ondersteuning merken zodra je gaat trappen. Verschijnt er niets, zet de fiets uit en controleer nogmaals uitlijning, bedradingsroute en stekkers.
Een koppelsensor is doorgaans geïntegreerd in de trapas of motor en is niet bedoeld om zelf te openen. Toch kun je veel winst pakken met zorgvuldige buitenreiniging en correcte initialisatie.
Veeg de motorbehuizing en trapasomgeving schoon met een licht vochtige doek en droog goed na. Laat geen water achter bij lagerafdichtingen. Controleer of er geen kettingolie op sensoren of remdelen is geslagen. Reinig stekkerverbindingen zoals eerder beschreven.
Veel systemen willen na service een nulstelling. Zet de fiets stabiel neer. Schakel het systeem in zonder druk op de pedalen te zetten. Wacht tot het display is opgestart. Dit is vaak genoeg om de referentie terug te zetten. Bij sommige merken kun je via display of app een expliciete kalibratie starten. Raadpleeg de handleiding voor jouw systeem als je twijfelt.
Houdt de ondersteuning zich onlogisch of blijft een foutmelding terugkomen, dan is merkspecifieke diagnose nodig. Voorbeelden zijn codes die duiden op koppelsensorafwijkingen. Een erkende dealer kan met de juiste tool uitlezen en herkalibreren of vervangen.
Bij sommige systemen onderbreekt een klein schakelaartje of magneet bij de remhendel de ondersteuning. Als de magneet verschuift of vast blijft plakken door vuil, denkt de fiets dat je remt en komt er geen hulp.
Maak de hendel en het magneetje schoon met een licht vochtige doek. Stel de positie zo af dat bij loslaten van de rem de schakelaar net vrijkomt. Test door de fiets aan te zetten en te trappen terwijl je de rem kort aantikt. De ondersteuning moet dan direct wegvallen en bij loslaten meteen terugkomen.
Sensorproblemen zijn geregeld elektrisch van aard. Zelfs een klein beetje vocht of oxidatie kan het signaal verstoren.
Maak stekkerverbindingen alleen los als ze daarvoor bedoeld zijn. Reinig vervolgens de pennen met een wattenstokje met isopropylalcohol en laat ze volledig drogen. Bij zichtbare oxidatie kan een drupje geschikte contactreiniger helpen. Forceer stekkers nooit en let op de juiste vergrendeling. Controleer ook of kabels niet klem lopen achter spatborden of in de achterbrug.
Twijfel je aan vocht in de laadpoort van de accu of frame, lees dan ook onze praktische tips over het zorgvuldig schoonmaken van een oplaadpoort.
In de werkplaats zie ik geregeld dezelfde missers terug. Voorkom deze en je sensoren blijven betrouwbaar.
Hogedruk of open waterstraal. Water wordt langs afdichtingen en stekkers geperst. Gebruik liever een licht vochtige doek en werk plaatselijk.
Universele smeermiddelen op sensoren. Deze laten een film achter die stof aantrekt. Sensorgebieden blijven droog en vetvrij.
Metalen borstels of schuurmiddelen. Ze beschadigen de behuizing en beïnvloeden het magnetisch veld. Zachte doeken en wattenstokjes volstaan.
Magneet verkeerd om of los. Sommige spaakmagneten hebben een voorkeurszijde. Monteer zoals gemarkeerd en zet stevig vast. Controleer na paar ritten opnieuw.
Na schoonmaken en uitlijnen wil je zeker weten dat alles klopt.
Stapsgewijs testen. Schakel in met de fiets op een standaard. Draai het achterwiel met de hand en kijk naar de snelheidsweergave. Trap een paar keer rond en voel of de ondersteuning rustig inzet. Maak een korte rit en wissel tussen ondersteuningsniveaus.
Foutcodes wissen. Bij veel systemen verdwijnt een sensorgerelateerde melding na een correcte meting en herstart. Blijft een code terugkomen, noteer de code en raadpleeg de handleiding of dealer. Codes die lijken op 503, W011 of E21 wijzen vaak richting de snelheidssensor of magneet.
Slim onderhoud voorkomt ellende tijdens een rit. Na modderige of natte ritten kort nazorg geven loont echt.
Spoel niet met kracht, maar veeg sensoren, magneet en stekkers af met een licht vochtige doek en droog na. Check elke maand of de spaakmagneet nog vast zit en of de sensorbeugel niet verbogen is. Neem ook direct de aandrijflijn en remmen mee. Een grondige routine voor het hele fietsframe vind je in onze gids over fiets schoonmaken. Een schone ketting en tandwielen zorgen er bovendien voor dat cadans en koppelsensoren consistenter werken.
Niet elk probleem is thuis op te lossen. Ga naar een erkende specialist wanneer je display na correct uitlijnen nog steeds 0 km per uur toont, wanneer een koppelsensorfout telkens terugkomt, wanneer stekkers vocht of corrosie blijven vertonen of wanneer je krachtsensor moet worden herkalibreerd met merkspecifieke software. Een dealer kan met een diagnoseinterface logbestanden en live sensordata uitlezen en gerichte maatregelen nemen.
Controleer eerst de accuvergrendeling en contactpunten. Klopt dat, tik dan zachtjes aan de spaakmagneet en sensorbeugel om te zien of het probleem te reproduceren is. Vaak blijkt de magneet iets te ver weg te bewegen. Schoonmaken, correct uitlijnen en goed vastzetten lost dit doorgaans op.
Reinig sensor en magneet, stel de afstand opnieuw af en controleer de kabelroute. Let op binders of spatbordranden die tegen de kabel drukken. Test op een standaard. Als je wel snelheid ziet maar de ondersteuning blijft onlogisch, kijk dan naar cadans of remsensor.
Laat de fiets goed drogen op kamertemperatuur. Koppel waar mogelijk stekkers los en droog de contacten voorzichtig. Breng geen olie of vet aan op sensoren. Komt het probleem steeds terug, vraag de fietsenmaker om de kabelboom preventief na te kijken en waar nodig afdichtingen te vernieuwen.
Ieder merk heeft zijn eigen toleranties en foutmeldingen, maar sensorproblemen herken je vaak aan vergelijkbare signalen.
Bosch. Een melding die aangeeft dat de snelheid niet wordt gezien, verdwijnt meestal zodra de spaakmagneet correct langs de sensor loopt en het systeem opnieuw is gestart. Controleer stekkerverbindingen naar de snelheidssensor en houd de afstand klein en constant.
Shimano Steps. Bij meldingen rond rijsnelheid of koppelsensor helpt het systeem opnieuw opstarten zonder voet op het pedaal. Controleer dat de magneet op het achterwiel op de juiste afstand langs de sensor gaat en dat de crank zonder druk stilstaat tijdens het opstarten wanneer je een nulstelling wil forceren.
Yamaha en Giant. Bekend gevoelig voor positie van de spaakmagneet. Als de ondersteuning pas laat inzet of uitvalt, is opnieuw uitlijnen en stevig vastzetten van de magneet vaak de oplossing. Een remsensor of schakelaar bij de hendel kan ook roet in het eten gooien als deze blijft hangen.
Gazelle en e systemen met bagagedrageraccu. Sensorstoringen komen geregeld door kabels die in de drager knikken of door oxidatie bij de overgang naar de achtervork. Maak hier extra goed schoon en fixeer kabels netjes met geschikte clips.
QWIC en Bafang gebaseerde systemen. De snelheidssensor is vaak extern en daarmee makkelijk bereikbaar. Vuil en een verschoven magneet zijn de hoofdverdachten bij uitvallende ondersteuning of een snelheid die niet wordt weergegeven.
Als je weinig tijd hebt, pak dan deze korte volgorde.
Eén. Fiets uit, accu eruit. Visueel checken: zit de spaakmagneet er nog op en staat de sensor recht.
Twee. Sensor en magneet afnemen met een licht vochtige doek en droog maken.
Drie. Afstand tussen magneet en sensor tot enkele millimeters brengen en de magneet stevig vastzetten.
Vier. Kabelpad volgen en stekker op vuil en vocht controleren. Zacht schoonmaken en laten drogen.
Vijf. Accu terug, inschakelen en wiel draaien om de snelheid te controleren, daarna een korte proefrit.
In de werkplaats geef ik iedere fiets na nat of modderig gebruik een korte nabeurt. Vijf minuten investeren voorkomt vaak lange storingszoektochten. Ik controleer standaard de spaakmagneet op speling, veeg de sensor schoon, check de kabels op knikpunten en start de fiets opnieuw op met de pedalen volledig ontlast om de koppelsensor te laten kalibreren. Met name stadsfietsen met externe snelheidsmeting knappen daar vrijwel altijd direct van op.
Vergeet verder niet dat een schone aandrijflijn en remmen de sensoren helpen om stabiel te meten. Wil je breder aan de slag met onderhoud, bekijk dan ook ons artikel over fietsketting schoonmaken zodat cadans en koppelsensor een voorspelbaar signaal krijgen.
Werk steeds in dezelfde volgorde: schoonmaken, uitlijnen, kabels controleren, opnieuw opstarten, testen. Noteer wat je hebt gedaan en welke effecten je ziet. Zo leer je jouw fiets kennen en vind je toekomstige problemen sneller. En blijkt het toch dieper in de elektronica te zitten, dan heeft je specialist dankzij jouw aantekeningen een vliegende start.
Een schoon en correct uitgelijnd sensorsysteem is de snelste weg naar betrouwbare trapondersteuning. Met een zachte doek, wattenstokjes, aandacht voor stekkers en een nauwkeurige afstelling van de spaakmagneet haal je in korte tijd het meeste winst. Test na elke ingreep en start het systeem opnieuw op zonder druk op de pedalen. Houd je onderhoud consequent en vraag hulp bij hardnekkige foutcodes of interne koppelsensorproblemen. Zo blijft je elektrische fiets soepel en voorspelbaar ondersteunen.
Schakel de fiets uit en verwijder de accu. Veeg sensor en magneet met een licht vochtige microvezeldoek en gebruik wattenstokjes voor randjes. Reinig stekkerpennen met isopropylalcohol en laat volledig drogen. Geen hogedruk, geen smeermiddelen op het sensorgebied en niet trekken aan kabels. Lijn de spaakmagneet daarna op enkele millimeters van de sensor uit en test direct.
De snelheidssensor zit meestal op de linker achtervork of geïntegreerd in de naaf. De spaakmagneet hoort vlak langs het venster van de sensor te lopen met een kleine, constante afstand. Zet de magneet recht en stevig vast, exact op de hoogte van het sensoroog. Draai het wiel met de hand en controleer op een kloppende snelheidsweergave voordat je gaat rijden.
Gebruik geen olie of universeel smeermiddel op sensoren, want dit trekt vuil aan en verstoort het signaal. Een spaarzaam gebruik van geschikte contactreiniger of isopropylalcohol op stekkers kan wel, mits je daarna volledig laat drogen. Voor het sensoroog en de magneet volstaat een licht vochtige doek, direct droogwrijven en klaar.
Na natte of modderige ritten geef je sensor en magneet meteen een korte beurt. In normaal gebruik is een maandelijkse controle voldoende. Kijk of de spaakmagneet nog vast zit, of de sensor recht staat en of de kabel vrij loopt. Plan elk seizoen een grondige check inclusief stekkers, vooral als de fiets buiten wordt gestald.
Vaak wel, maar niet altijd. Begin bij de snelheidssensor en spaakmagneet: schoonmaken, uitlijnen en testen. Controleer daarna stekkers op vocht of oxidatie en laat ze goed drogen. Blijft het probleem bestaan, kijk dan naar accuvergrendeling, remsensor die blijft hangen of kabels die knikken. Komt een foutcode terug, laat de fiets uitlezen bij een specialist.