Je 2CV bokt, pakt slecht op of pruttelt onregelmatig stationair? Grote kans dat je carburateur vervuild is door oude benzineresten of vuil uit de tank. In dit artikel neem ik je stap voor stap mee: van snelle oplossingen langs de weg tot een volledige demontage en ultrasoon reinigen op de werkbank. Je leest waar de sproeiers zitten bij Solex en Zenith, welke delen je controleert of vervangt, hoe je na het schoonmaken correct afstelt en welke fouten je voorkomt. Praktisch, rustig uitgelegd en gebaseerd op jaren sleutelervaring aan Eendjes.
Een 2CV die ineens minder lekker loopt, heeft het zelden “zomaar” te pakken. Vervuiling in de carburateur bouwt langzaam op door verdampte benzine die een gomlaag achterlaat, of door minuscule vuildeeltjes uit tank en leidingen. Typische symptomen zijn moeilijk warm of koud starten, wegvallen bij gasgeven, inhouden rond halve throttle, ploffen in de uitlaat bij uitrollen en een onregelmatig stationair toerental. Zie je bovendien dat de choke of startcarburateur vaker nodig is dan vroeger, dan is de mengselvorming in de basis niet op orde en is reinigen een logische stap.
Let wel: slechte ontsteking kan exact dezelfde verschijnselen geven. Controleer dus altijd eerst bougies, bougiekabels en contactpunten of elektronische ontsteking. Pas als dat in orde is en het probleem blijft, is de kans groot dat de carburateur aandacht nodig heeft.
De 2CV is doorgaans uitgerust met een Solex 28 CBI of 28 IBC. Minder vaak kom je een Zenith 28 IN of 28 IN4 tegen. Ze doen hetzelfde, maar een paar details zijn puik om te weten voordat je begint.
De Solex 28 CBI is voorzien van een ‘ralenti stop’ of dashpot die het sluiten van de smoorklep heel kort vertraagt. Dat maakt het terugvallen naar stationair netter, zeker met centrifugaalkoppeling. De 28 IBC mist deze vertraging. Belangrijke weetjes voor schoonmaken en diagnose:
• Hoofdsproeier: ingeschroefd in de bodem van de vlotterkamer. Je bereikt ‘m pas na demontage van de carburateur of in elk geval het bovenstuk.
• Stationaire sproeier: vaak zijdelings bereikbaar en bij veel Solex-varianten uit te draaien zonder de hele carburateur te verwijderen. Handig voor een snelle “verlossingsactie” bij een verstopping.
• Emulsiebuis en luchtcorrectiesproeier: deze zitten als set boven in de standpijp. Samen bepalen ze hoeveel “remlucht” wordt toegevoegd bij toenemend toerental. Vervuiling hier zorgt voor slecht oppakken.
• Startcarburateur: geen chokeklep, maar een apart startcircuit met een schuif. Werkt prima, mits kanalen en sproeier schoon zijn.
De Zenith is in principe gelijksoortig qua werking, maar heeft een klassieke chokeplaat. De 28 IN4 heeft net als de Solex CBI een ralenti stop. Belangrijke weetjes:
• Choke: sluit de luchtdoorlaat gedeeltelijk af en opent tegelijk de smoorklep een tikje voor verhoogd stationair bij koud lopen.
• Mengbuis: demontage via het bovenste deel; centreren bij montage voorkomt valse stromingen.
• Stationaire en progressiepoortjes: houden de overgang van stationair naar hoofdsproeier strak. Vervuiling merk je direct bij wegrijden.
Werk altijd schoon en geordend, want niets is zo frustrerend als een verdwijnend veertje of omgedraaide pakking. Benzine en remreiniger verdampen snel en zijn brandbaar: voldoende ventilatie, geen open vuur en vonken.
Nuttig gereedschap en materiaal:
• Ringsleutels en schroevendraaiers met goede passing
• Carburateurreiniger en remreiniger
• Perslucht met nozzle
• Ultrasoonreiniger met geschikt, niet-agressief middel voor zink/zamak
• Set nieuwe pakkingen, o-ringen en een naaldventiel
• Doorzichtige slang of maatcilinder om vlotterniveau te controleren
• Veiligheidsbril en nitril handschoenen
Overweeg ook een in-line benzinefilter tussen pomp en carburateur te plaatsen. Dat houdt veel narigheid tegen, zeker als je regelmatig tankt op reis of de auto langere tijd stilstaat.
Het gebeurt vaker dan je denkt: na een hobbel of vlak na tanken begint de Eend onregelmatig te lopen. Vaak is de stationairesproeier deels verstopt door een microdeeltje. Je kunt dan soms zonder demontage van de carburateur de stationairesproeier eruit draaien, het gaatje doorspoelen met carb cleaner en de sproeier droogblazen met perslucht. Monteer hem weer, start en stel zonodig het stationair licht bij. In vele pechgevallen loste dit de klachten binnen vijf minuten op.
Let erop dat je geen staaldraad of boortje door sproeiergaatjes steekt; je vergroot of vervormt het kaliber en dan krijg je het mengsel nooit meer mooi. Alleen reinigen en uitblazen.
Bij langdurige klachten, onbekende onderhoudsstaat of terugkerende verstoppingen is een grondige aanpak de moeite waard. Neem de tijd; zorgvuldig werken betaalt zich terug in prachtig rondlopende cilinders.
• Klem de brandstofslang af of laat de druk weglopen.
• Koppel gaskabel/stangetje en choke/startcarburateurkabel los.
• Verwijder het luchtfilterhuis en let op eventuele vilt- of papieren pakkingen.
• Draai de bevestigingsmoeren aan het inlaatspruitstuk los en neem de carburateur voorzichtig af. Stop papieren doekjes in de inlaatopeningen tegen indringend vuil.
Werk op een schone doek of bak en leg onderdelen in volgorde neer. Maak foto’s voor referentie.
• Schroef het deksel los en til het bovenstuk op. Controleer direct de vlotter en de vlotternaald op groeven of een platgeslagen punt.
• Tap de vlotterkamer leeg en inspecteer op aanslag of roestdeeltjes. Roest of bruin slijm wijst op tank- of leidingenprobleem.
• Hoofdsproeier: draai uit de bodem van de vlotterkamer. Controleer op vervuiling, maar blaas vooral de aan- en afvoerende kanalen door.
• Stationaire sproeier: verwijder en reinig. Let op de o-ring en vervang indien uitgedroogd of plat.
• Emulsiebuis en luchtcorrectiesproeier: schroef de luchtcorrectie eruit en trek de emulsiebuis rechtstandig omhoog. Gebruik geen schroevendraaier als koevoet; beschadiging geeft turbulentie en fout mengsel. Zit hij vast, dan helpt een passend schroefje in de bovenkant om gecontroleerd te trekken.
• Startcarburateur (Solex): demonteer de schuif en maak de kanalen schoon. De startsproeier en het kanaal onder de schuif vervuilen graag.
• Choke (Zenith): controleer de scharnier en de excentrische as. De klep moet vrij bewegen en volledig openen/sluiten.
In de praktijk combineer ik drie methoden: een voorwas met remreiniger om vettigheid en losse gom te verwijderen, dan een ultrasoonbad dat de microkanalen bereikt, en tot slot alle kanalen doorblazen met perslucht. Dat laatste is verplicht: in de nauwe kanaaltjes blijft anders altijd wel wat achter.
• Sprayreiniging: goed om het grove werk te doen en direct zichtbare kanalen schoon te spoelen. Laat niet te lang inwerken op zink/zamak onderdelen.
• Ultrasoonreiniger: vul met een mild, geschikt middel voor carburateurs en volg de voorgeschreven tijd en temperatuur. Te agressieve middelen of te lang baden kunnen het metaal aantasten en witte waas veroorzaken.
• Perslucht: blaas door elk kanaal in beide richtingen. Houd een doek over openingen om spatten op te vangen en draag een bril.
Gebruik nooit staalborstels of prikkers in sproeiergaatjes. Als iets echt niet schoon wil, laat het dan langer weken en herhaal het ultrasoonbad. Uiteindelijk geeft vrijwel alles zich gewonnen.
• Vlotter: schud hem bij je oor. Hoor je brandstof klotsen, dan is hij poreus geworden en moet hij vervangen worden. Een te zware vlotter geeft structureel rijk lopen.
• Vlotternaald en zitting: elk randje of groef is een potentiële lekkage. Preventief vervangen bij twijfel is goedkoop en voorkomt een overstromende vlotterkamer.
• Pakkingen en o-ringen: verhard rubber lekt valse lucht of brandstof. Altijd vervangen bij een demontagebeurt.
• Smoorklepas: voel speling. Overmatige axiale of radiale speling zuigt valse lucht. Revisie van de as en busjes geeft enorme winst in stationair rust.
• Dashpot (CBI): demonteer, reinig het cilinderkanaal, controleer veer en kogelklepje. De vertraging van 2 tot 3 seconden bij het sluiten van de smoorklep is de norm.
• Spruitstuk en pakkingen: vlak en schoon monteren. Valse lucht op de flens geeft onverklaarbaar arm lopen en bokken.
Het vlotterniveau bepaalt de basishoogte van de brandstofkolom en daarmee de mengselrijkdom. Raadpleeg het werkplaatshandboek voor de exacte maat en meet met een transparant slangetje of een maatmal. Te hoog geeft rijk lopen en zwarte bougies, te laag zorgt voor inhouden bij accelereren en armer mengsel.
Monteer alles in omgekeerde volgorde en let op de oriëntatie van de pakkingen. Schroeven en sproeiers draai je vast tot ze “staan”; overmatig aanhalen scheurt zittingen of vervormt het deksel.
• Stationschroef (smoorklepstop): een klein tikje open zodat de motor kan aanslaan.
• Mengselschroef stationair: als startpunt 1,5 tot 2 slagen open vanaf zachtjes dicht.
• Choke/startcarburateurkabel: stel zo dat de klep of schuif volledig opent en sluit, zonder dat de kabel iets onder spanning staat bij losgelaten knop.
Start de motor en laat hem op bedrijfstemperatuur komen. Een ventilator voor de neus helpt. Gebruik bij Solex de startcarburateur alleen voor koud starten; eenmaal warm moet hij volledig uit.
• Stel eerst het stationair toerental grofweg in met de smoorklepstopschroef. Mik op een stabiele, iets hogere waarde dan de specificatie.
• Draai nu de mengselschroef langzaam in en uit om het punt van hoogste stationair en schoonst lopen te vinden. Werk met kwart slagen. Hoor je ‘galopperen’ of onregelmatig vallen en opstaan, dan zit je te arm of te rijk.
• Breng het toerental terug naar de specificatie met de stopschroef. Herhaal vervolgens de mengselzoekactie in kleinere stappen. Twee tot drie iteraties leveren doorgaans een mooi, rond stationair op.
Belangrijk: stel altijd af met het luchtfilter gemonteerd. De 2CV is erop gebouwd om “onder filterdruk” te ademen; zonder filter lijkt de afstelling anders en ga je erna toch weer corrigeren.
Met draaiende motor geef je een korte gasstoot en laat je het gaspedaal los. De smoorklep moet in ongeveer 2 tot 3 seconden van bijna dicht naar volledig dicht gaan. Sluit hij te snel, dan stel je de trekveer iets strakker of controleer je de dashpot op interne lekkage of vuil.
• Solex startcarburateur: met volledig uitgetrokken knop krijg je een rijk startmengsel. Zodra de motor aanslaat, halve stand tot de loop netjes wordt, en na een halve minuut rustig dicht. Gas geven tijdens starten is af te raden; je verstoort de onderdruk en het mengsel.
• Zenith choke: trek de choke voor het starten en duw hem geleidelijk terug zodra de motor ‘pakt’. De excentrische as houdt het stationair tijdelijk hoger; dat hoort zo.
Na een rustige warming-up maak je een korte proefrit met verschillende belastingen. Let op de overgang van stationair naar rijden, half gas en volgas. Een 2CV moet vloeiend oppakken zonder bokken. Trek daarna de bougies en beoordeel de kleur. Licht koffiebruin is een goed teken; diep zwart wijst op rijk lopen, spierwit op te arm. Maak kleine correcties aan de stationaire mengselschroef alleen voor stationairgedrag; voor rijk/arm in het middengebied speelt vooral de emulsiebuis/hoofdsproeiercombinatie en vlotterniveau mee.
• Nog steeds onregelmatig stationair: valse lucht aan flens of bij de smoorklepas, of stationairesproeierkanaal niet volledig schoon. Controleer ook de progressiepoortjes net boven de smoorklep.
• Inhouden bij accelereren: vlotterniveau te laag, emulsiebuis deels verstopt of benzinedruk (pomp) te gering. Controleer ook de brandstofslang op microvacuüm door inwendige instorting.
• Overstromende vlotterkamer: vlotternaald lekt of vlotter is zwaar geworden. Ook een te hoog vlotterniveau of vuil in de zitting is verdacht.
• Slecht warm starten: startcarburateur of choke staat niet volledig dicht, of de motor wordt verzuipt door te veel pompbewegingen tijdens stilstaan. Controleer bovendien de ontstekingstiming; warmstart is daar gevoelig voor.
• Tank vers en kwalitatief goede benzine. E10 kan sneller gom vormen bij lange stilstand; veel 2CV-rijders kiezen E5 of voegen stabilizer toe bij overwinteren.
• Plaats een in-line filter en vervang die periodiek. Oude tanks roesten van binnen; je ziet dat in je filter terug.
• Laat de auto regelmatig draaien en maak kilometers. Carburateurs blijven schoner als ze gebruikt worden.
• Sla de auto schoon op: carburateur leeg laten lopen of stabilizer gebruiken voorkomt afzettingen.
• Sproeiers “ruimen” met draad of boortjes. Dat vernielt het kaliber. Altijd alleen reinigen en blazen.
• Afstellen zonder luchtfilter. Je stelt dan op een situatie die je niet rijdt.
• Pakkingen opnieuw gebruiken. Een paar euro bezuinigen eindigt vaak in valse lucht of lekkage.
• Dashpot negeren op een 28 CBI. Een plakkend zuigertje geeft onrustig terugvallen naar stationair.
• Schroeven te hard aantrekken. Vervormde deksels of uitgescheurde zittingen zijn een veelvoorkomend euvel.
Een 2CV6 kwam binnen met exact het klassieke rijtje klachten: bokken bij optrekken en soms afslaan bij een verkeerslicht. Stationairesproeier schoonmaken hielp even, maar de klachten kwamen terug. Volledige demontage bracht bruinige aanslag in de emulsiebuis aan het licht en een vlotternaald met een duidelijke groef. Na ultrasoon reinigen, nieuwe naald en pakkingen, correct vlotterniveau en een nette afstelling liep de motor zijdezacht, pakte beter op dan de eigenaar zich kon herinneren, en het verbruik zakte merkbaar. Zo vaak zit het ‘m in kleine details.
Wil je naast deze 2CV-specifieke gids ook de universele basisprincipes nog eens nalezen, bekijk dan onze algemene handleiding over carburateur schoonmaken. Je herkent direct welke stappen en valkuilen ook voor de Solex en Zenith van toepassing zijn.
Beide systemen leveren, mits schoon en correct afgesteld, een prima mengsel voor de tweecilinder. De Solex met startcarburateur start opvallend stabiel in de winter, mits de schuif kanalen schoon zijn en je het gaspedaal bij koudstart met rust laat. De Zenith met choke voelt voor velen intuïtiever: je ziet en voelt wat de klep doet. Qua onderhoud en schoonmaak gelden dezelfde principes: schoon spul, schone kanalen, juiste vlotterhoogte en geduld bij afstellen. Dan rijdt elke 2CV zoals hij bedoeld is: lichtvoetig en verrassend soepel.
Een 2CV carburateur schoonmaken is geen hocus pocus, zolang je systematisch werkt. Begin met een snelle controle van de stationairesproeier, pak bij blijvende klachten door met een volledige demontage, reinig zorgvuldig en vervang slijtagedelen preventief. Met een realistische basisafstelling, een warme motor en wat geduld bij het fijnregelen krijg je die kenmerkende, ronde 2CV-loop terug. Voorkomen doe je met een schoon brandstofsysteem, een in-line filter en regelmatig rijden.
Als de auto regelmatig rijdt en je gebruikt schone brandstof, is eens per paar jaar preventief reinigen meestal genoeg. Krijg je klachten als onregelmatig stationair of inhouden na tanken, reinig eerder. Bij langdurige stilstand kunnen gomafzettingen ontstaan; dan loont een volledige demontage met ultrasoon reinigen en nieuwe pakkingen.
Ja, bij veel Solex 28 CBI/IBC varianten kun je de stationairesproeier via de zijkant uitnemen. Doorspoelen met carburateurreiniger en uitblazen met perslucht lost vaak direct een verstopping op. Gebruik nooit draad of boortjes om het gaatje te “ruimen”; je beschadigt het kaliber en verstoort de afstelling blijvend.
De hoofdsproeier is in de bodem van de vlotterkamer geschroefd. Voor serieuze reiniging moet het bovenstuk eraf en neem je de sproeier en de aanvoerende kanalen mee in de schoonmaak. Vergeet de emulsiebuis en luchtcorrectiesproeier niet; juist daar hoopt vervuiling zich graag op.
Zet de mengselschroef 1,5–2 slagen open vanaf zachtjes dicht en stel de smoorklepstopschroef zo dat de motor net mooi draait. Laat volledig warm worden, zoek met kleine kwartslagen het punt van hoogste, rustige loop en corrigeer dan het stationair toerental. Stel altijd af met het luchtfilter gemonteerd en controleer na een proefrit de bougiekleur.
Functioneel zijn ze vergelijkbaar, maar de Solex 28 CBI heeft een dashpot die het sluiten van de smoorklep kort vertraagt en gebruikt een startcarburateur in plaats van een choke. De 28 IBC mist de dashpot. De Zenith 28 IN heeft juist een klassieke chokeklep. Voor schoonmaken en afstellen gelden in de basis dezelfde stappen en aandachtspunten.