Heb je na een heerlijke grillsessie aangekoekte resten op je rooster of zie je hier en daar al wat roestplekjes verschijnen en vraag je je af wat je nu het beste kunt doen. Geen zorgen, met een paar eenvoudige gewoontes houd je je gietijzeren rooster jarenlang in topvorm. In dit artikel laat ik je zien hoe je het rooster direct na het grillen snel schoonmaakt, hoe je roest veilig verwijdert en hoe je het rooster opnieuw inbrandt voor een duurzame beschermlaag. Ook deel ik mijn persoonlijke tips uit de praktijk zodat jij precies weet wat werkt.
Gietijzer slaat warmte uitstekend op en geeft die gelijkmatig af. Daardoor krijg je die mooie grillstrepen en een krachtige korst zonder te hoeven stoken als een malle. Met goed onderhoud gaat een gietijzeren rooster bovendien bijzonder lang mee. De keerzijde is dat de open structuur gevoelig is voor vocht en daardoor voor roest. Met de juiste routine is dat prima te voorkomen.
Terwijl het rooster nog warm is, sluit ik de luchttoevoer niet volledig maar laat ik de barbecue even doorwarmen. De warmte verbrandt losse resten. Daarna borstel ik met een stevige staalborstel of profielschraper de verkoolde deeltjes weg. Vervolgens vouw ik een prop keukenpapier om een tang, druppel er wat neutrale plantaardige olie op en wrijf het hele rooster dun in. Dat dunne laagje is genoeg om roest te weren en de seasoning te voeden.
Gebruik liever geen extra vergine olijfolie. Die heeft een lagere rooktemperatuur en kan plakkerig achterblijven. Zonnebloem, arachide of druivenpit werkt mooi schoon en bakt droog in.
Bij lichte vervuiling is droog borstelen meestal voldoende. Zit er hardnekkige suiker of marinade op, dan kun je het lauwwarm met water en een beetje milde zeep afnemen. Werk snel, spoel goed na en droog direct. Ik zet het rooster graag nog even terug op de barbecue zodat het volledig droogt en breng daarna weer een heel dun laagje olie aan.
Vaatwasser of langdurig weken raad ik af. Agressieve middelen en langdurig vocht tasten de seasoning aan en vergroten de kans op roest.
Voor lichte roest volstaat meestal stevig borstelen met een staalborstel of een rvs spons. Veeg het stof weg en verwarm het rooster. Wrijf vervolgens een dunne film olie in. Herhaal dit twee of drie keer tot het rooster egaal donker en mat oogt.
Is het rooster flink oranje uitgeslagen, pak het dan grondiger aan. Borstel eerst alle losse roest weg. Maak een papje van baking soda en een beetje water, wrijf de roestzones in en schrob na. Spoel kort, droog onmiddellijk en start dan met het inbranden. In uiterste gevallen kun je het rooster kort dompelen in een mengsel van een deel schoonmaakazijn en drie delen water, niet langer dan een half uur. Spoel goed na, droog volledig en ga direct over op inbranden.
Een matte, diepdonkere kleur zonder vettige glans is precies wat je wilt zien.
Te veel olie aanbrengen levert plakkerige plekken op waar vuil juist aan hecht. Werk daarom dun en in meerdere rondes. Laat het rooster na een natte reiniging nooit aan de lucht drogen. Verwarm het altijd even na zodat het echt door en door droog is. Wees alert met borstels van lage kwaliteit. Losse metalen haartjes wil je niet op je grill of in je eten. Inspecteer je borstel regelmatig of kies voor een spiraalborstel of een passende schraper.
Zoete marinades kunnen karamelliseren en hard aankoeken. In dat geval helpt het om het rooster eerst leeg goed heet te stoken en pas daarna te borstelen. Een half doorgesneden ui met een beetje olie werkt verrassend goed als natuurlijke schrobber en laat geen resten achter.
In mijn eigen kamado wrijf ik het rooster voor een sessie met mager product zoals groente of vis even licht in. Voor vette worsten of ribeye is dat niet nodig. Na het koken borstel ik warm schoon en geef ik het dun een olie veeg. Als ik een rooster langer niet gebruik, berg ik het volledig droog en dun ingevet op. Stop er desnoods een zakje silicagel of een vel keukenpapier tussen om eventuele condens te absorberen. In de barbecue bewaren kan, maar let op vocht. Een droge schuur of kast is vaak veiliger.
Met een degelijke staalborstel of een spiraalborstel ben je al een heel eind. Een profielschraper die past bij de vorm van je rooster werkt heel precies tussen de spijlen. Gebruik papier of een pluisvrije doek voor het oliën. Kies neutrale olie met een hoge rooktemperatuur. Druivenpit, zonnebloem of arachide geeft doorgaans het schoonste resultaat. Voor meer algemene tips bij een breder type roosters kun je ook deze gids raadplegen over BBQ rooster schoonmaken. Wil je breder lezen over gietijzer in huis, bekijk dan ook onze pagina over gietijzer schoonmaken.
Sommige roosters zijn geëmailleerd. Die hebben een glasachtige toplaag en roesten minder snel. Je hoeft ze niet in te branden en gebruikt bij voorkeur een zachtere borstel of nylon pad. Hard schuren kan de glazuurlaag dof maken. Zie je toch roest, dan is de emaillelaag waarschijnlijk beschadigd en behandel je die plek als kaal gietijzer, gevolgd door zorgvuldig drogen en een heel dun laagje olie.
Kijk naar de kleur. Diep donker en mat betekent klaar voor gebruik. Wordt het rooster grijzig of dof, geef het dan meteen een dun laagje olie en een korte opwarmronde. Door kleine beetjes onderhoud voorkom je groot werk en hoef je zelden een grote roestreparatie te doen.
Met een warme borstelbeurt, een flinterdun laagje olie en af en toe een korte inbrandronde blijft je gietijzeren rooster jarenlang betrouwbaar, schoon en roestvrij. Kleine routines maken het verschil. Merk je toch roest of hardnekkig vuil, pak het gericht aan en werk rustig in laagjes. Zo kook je veiliger, krijg je betere grillresultaten en heb je minder werk achteraf. Veel grillplezier gewenst.
Kies een neutrale olie met een hoge rooktemperatuur zoals zonnebloem, arachide of druivenpit. Breng een heel dun laagje aan op een warm en droog rooster. Extra vergine olijfolie laat sneller kleverige resten achter en is daarom minder geschikt voor het inbranden en onderhouden.
Dat raad ik af. De combinatie van agressieve middelen en langdurige vochtbelasting tast de seasoning aan en vergroot de kans op roest. Maak liever warm schoon met borstelen, eventueel een beetje milde zeep, droog het rooster direct en breng een dun laagje olie aan.
Borstel eerst alle losse roest weg met een stevige borstel. Bij hardnekkige plekken helpt een papje van baking soda met een beetje water. Spoel kort, droog onmiddellijk en brand daarna opnieuw in op een temperatuur tussen 180 en 220 graden. Werk in dunne lagen tot het oppervlak donker en mat is.
Na elke natte schoonmaak of als het oppervlak grijzig wordt, is een korte inbrandronde verstandig. Bij normaal gebruik volstaat eens in de paar weken een dunne oliebehandeling op een warm rooster. Na een grote roestbeurt herhaal je het inbranden twee of drie keer voor een sterke basislaag.
Ja, mits je een kwalitatieve borstel gebruikt en regelmatig controleert op losse haartjes. Een spiraalborstel of een passende metalen schraper is een goed alternatief. Borstel bij voorkeur terwijl het rooster warm is. Olie daarna dun om roest te voorkomen en de natuurlijke antiaanbaklaag te onderhouden.